Inhoudsopgave

Bel voor een gratis adviesgesprek

Maandag t/m vrijdag
09:00 tot 19:00

Ontzegging van het recht op omgang

In principe heeft elke ouder recht op omgang met zijn kinderen. Maar in uitzonderlijke situaties kan de rechter in belang van het kind bepalen dat een ouder geen omgang met zijn kinderen mag hebben. Een ontzegging van het recht op omgang kan alleen plaatsvinden op verzoek van een van de ouders. De rechter zal een dergelijk verzoek alleen toewijzen als zich een van de volgende drie situaties voordoet:

1. De omgang zou ernstig nadeel opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind.

Deze situatie kan zich bijvoorbeeld voordoen als een van beide ouders of beide ouders de kinderen gebruiken in de tussen hen beiden bestaande strijd. Ook kan de geestelijke ontwikkeling van een kind in gevaar komen als de ouders zich tegenover het kind voortdurend negatief over de andere ouder uitlaten. Het feit dat de ene ouder weerstand geeft tegen de omgang van het kind met de andere ouder is onvoldoende aanleiding voor een rechter om op grond hiervan de niet-verzorgende ouder omgang te ontzeggen. Het moet kort samengevat dus wel om een ernstige situatie gaan die uw kinderen op een nadelige manier beïnvloedt.

2. De ene ouder is ongeschikt of niet in staat tot omgang.

Als een van beide ouders zich op een ernstig negatieve wijze gedraagt kan de rechter, op verzoek van de andere ouder, besluiten dat hem of haar het recht op omgang ontzegd wordt. Voorbeelden van deze situatie zijn:

  • De ouder heeft omgang met zijn of haar kind onder invloed van alcohol of drugs;
  • Het kind wordt meegenomen naar voor hem of haar ongeschikte en/of kind onvriendelijke plaatsen;
  • De ouder is gewelddadig tegenover het kind (geweest) of heeft hem of haar misbruikt;
  • De ouder dreigt met ontvoering van het kind;
  • De ouder houdt zich structureel niet aan de overeengekomen of opgelegde omgangsregeling;
  • De ouder laat zich voortdurend negatief uit over de andere ouder;

3. Het kind heeft zelf ernstige bezwaren tegen het recht op omgang.

Hoe ouder het kind wordt, hoe moeilijker het is om een kind dwingend omgang te laten hebben met een van zijn ouders. Om die reden wordt een kind van twaalf jaar of ouder door de rechter naar zijn mening gevraagd bij een verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling. Het kind wordt dan oud genoeg geacht zelf te kunnen vertellen hoe hij of zij tegen de situatie aankijkt. Het is niet namelijk zo dat een rechter een ouder zo maar een omgangsregeling zal ontzeggen als een kind aangeeft daar niets voor te voelen. Er moeten ernstige bezwaren zijn. Of dit het geval is zal een rechter van geval tot geval moeten toetsen. Naast deze drie situaties is er in de wet ook nog een restcategorie opgenomen, namelijk als de omgang in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind. Het is duidelijk dat een rechter niet snel tot de conclusie zal komen dat een ouder geen recht meer heeft op omgang met zijn kind. Alleen in de uitzonderingssituaties zoals hierboven beschreven zal een verzoek tot ontzegging van de omgang aangenomen worden.

Wat moet ik doen als ik mijn kind niet meer mag zien? 

Het is natuurlijk een ontzettend vervelende situatie als ouder en kind elkaar niet meer mogen zien. Als je deze situatie wil veranderen, kan je de mogelijkheden het best bespreken met een familierecht advocaat. Heb je nog geen advocaat ingeschakeld? Neem dan telefonisch contact met ons op om de mogelijkheden te bespreken. We kunnen je in contact brengen met een goede echtscheidingsadvocaat. Je kunt ook zelf een advocaat binnen ons netwerk kiezen die het beste bij jou past.

Section Separator

Hulp nodig?
Wij staan voor je klaar!

Onze juristen helpen je graag verder bij het vinden van de juiste advocaat of mediator.

Mediation en eigen advocaat mogelijk

Locaties door heel Nederland

Alleen gespecialiseerde advocaten en mediators

Gratis telefonische intake

Bel ons: 085 - 019 8601

Of stuur ons een email

Gratis adviesgesprek?
Ma t/m vr - 09:00 tot 19:00