print

Verdeling van spaartegoeden en levensverzekeringen

Als u gehuwd bent in gemeenschap van goederen dan geldt de hoofdregel dat bij een echtscheiding het gehele vermogen op basis van 50/50 verdeeld moet worden. De saldi van bankrekeningen en levensverzekeringen zijn in principe onderdeel van dit vermogen en moeten dus verdeeld worden.

Spaartegoeden

Het verdelen van spaartegoeden levert in het algemeen weinig problemen op. De waarde (het saldo) is eenvoudig vast te stellen en kan eenvoudig verdeeld worden door de gezamenlijke rekening op te heffen en de helft van het saldo over te maken naar twee te openen privé-rekeningen.
Het maakt voor de verdeling overigens niet uit of de bankrekening op een naam staat of dat er sprake is van een en/of-rekening. In beide gevallen valt het saldo van de rekening in de huwelijkse gemeenschap en zal een verdeling moeten plaatsvinden.

Een uitzondering op deze regel is een bankrekening of bedrag dat geschonken is (of geërfd is) door een van beide partners en waarbij de schenker of overledene bepaald heeft dat dit bedrag buiten het huwelijksvermogen blijft. Deze bepaling noemt men ook wel de uitsluitingsclausule.

Negatief banksaldo en spaarrekening van kinderen

Het is logisch dat niet alleen spaartegoeden of een positief banksaldo verdeeld zullen moeten worden. Ook als er sprake is van een negatief saldo, zal deze schuld uiteindelijk op basis van 50/50 verdeeld moeten worden. In vaktaal wordt gesproken van het toedeling van schulden.

Ook spaarrekeningen van minderjarige kinderen vallen in het gezamenlijke huwelijksvermogen. Strikt genomen zou het saldo op deze rekeningen op dezelfde wijze verdeeld moeten worden als de andere bankrekeningen. In de praktijk spreken beide partners vaak af dat deze spaarrekeningen onaangetast blijven en voor de kinderen in stand gehouden worden.

Levensverzekeringen

Tijdens het huwelijk zijn er vaak een of meerdere levensverzekeringen afgesloten. Denkt u hierbij aan een levensverzekering die aan de hypotheek verbonden is, een lijfrenteverzekering of bijvoorbeeld een overlijdensrisicoverzekering.

Ook voor deze verzekeringen geldt dat er bij de scheiding een eerlijke verdeling zal moeten plaatsvinden. Daarbij wordt vaak onderscheid gemaakt tussen levensverzekeringen met een spaarelement en levensverzekeringen zonder een spaarelement.

Levensverzekeringen met spaarelement

Een bekend voorbeeld van een levensverzekering met een spaarelement is bijvoorbeeld de zogenaamde kapitaalverzekering die gekoppeld is aan de eigen woning. Er wordt maandelijks een premie betaald aan de verzekeringsmaatschappij. Een deel van deze premie, het spaargedeelte, groeit in de loop van de jaren aan en is uiteindelijk bedoeld om op de einddatum van de hypotheek, de hypotheekschuld ineens af te lossen.

De waarde van een levensverzekering met spaarelement moet bij de echtscheiding op basis van 50/50 verdeeld worden. Als de woning geen overwaarde heeft, eist de hypotheekverstrekker vaak dat de waarde van de levensverzekering wordt gebruikt om de hypotheekschuld (deels) af te lossen.

Een voorbeeld.

Walter en Dorien zijn gehuwd in gemeenschap van goederen. Zij hebben een woning met een vrije verkoopwaarde van 350.000 euro. Op deze woning is een hypotheek afgesloten voor een bedrag van 300.000 euro. Daarnaast is er een levensverzekering aan deze hypotheek gekoppeld. Deze levensverzekering heeft een opgespaarde waarde van 15.000 euro.

Tijdens de echtscheidingsprocedure wordt afgesproken dat Walter in de woning zal blijven wonen en dat hij Dorien zal uitkopen. Walter zal de levensverzekering en hypotheek voortzetten. De overwaarde van de woning bedraagt 50.000 euro. Daarnaast heeft Dorien recht op de helft van de waarde van de levensverzekering. Walter zal Dorien dus in totaal moeten uitkopen voor een bedrag van 32.500 euro.

Let op: als Walter een lening afsluit voor een bedrag van 32.500 euro om de uitkoop van Dorien te financieren, dan zal alleen de rente over 25.000 aftrekbaar zijn.

Ook een lijfrenteverzekering is een verzekering met een spaarelement

Meestal is een lijfrenteverzekering bedoeld als (aanvulling op een) oudedagsvoorziening. De premie is vaak fiscaal aftrekbaar, maar daar staat tegenover dat er pas op de pensioendatum een uitkering volgt en dat deze uitkering periodiek (vaak maandelijks) wordt uitbetaald. Over deze periodieke uitkering moet dan te zijner tijd belasting betaald worden.

Een lijfrenteverzekering heeft in het algemeen wel een spaarelement, maar het opgespaarde gedeelte is niet altijd even eenvoudig te verdelen. Dit komt omdat de opgespaarde waarde niet zomaar uitgekeerd kan worden zonder dat hierover belasting betaald moet worden.

Er zal dus berekend moeten worden wat de nettowaarde (na aftrek van belastingen) van een dergelijke verzekering is. Deze nettowaarde kan dan bijvoorbeeld verrekend worden met andere vermogensbestanddelen.

Een voorbeeld.

Tim en Jolanda gaan scheiden. Zij hebben een spaarrekening met een saldo van 20.000 euro. Daarnaast heeft Tim een aantal jaren geleden een lijfrenteverzekering afgesloten omdat hij bij zijn werkgever geen pensioen opbouwt.

De lijfrenteverzekering komt pas tot uitkering als Tim 65 jaar oud is. De betaalde premies voor deze verzekering heeft Tim jaarlijks als fiscale aftrekpost in mindering gebracht op zijn belastbaar inkomen. De uitkeringen uit deze verzekering zijn te zijner tijd belast.

Een financieel adviseur heeft uitgerekend dat de nettowaarde van deze verzekering 8.000 euro is. Tim en Jolanda spreken af dat Tim de lijfrenteverzekering zal voortzetten en dat Jolanda voor een bedrag van 4.000 euro gecompenseerd zal worden. Deze compensatie kan plaatsvinden door van de spaarrekening een bedrag van 14.000 euro aan Jolanda toe te wijzen en de rest (6.000 euro) aan Tim.

Levensverzekeringen zonder spaarelement

Er zijn ook levensverzekeringen zonder een spaarelement. Een voorbeeld hiervan is de overlijdensrisicoverzekering. Deze verzekering komt tot uitkering op het moment dat de verzekerde (voor een bepaalde datum) komt te overlijden.

De premie voor deze verzekering noemt men ook wel risicopremie. In deze premie zit geen spaarelement. Op het moment dat de verzekering beëindigd wordt zal er door de verzekeringsmaatschappij ook geen afkoopwaarde worden uitgekeerd.

Er valt dan ook geen waarde te verdelen van een levensverzekering zonder spaarelement. Meestal wordt deze verzekering beëindigd of wordt de zogenaamde begunstiging gewijzigd.

Een voorbeeld.

Theo en Maria zijn beiden 55 jaar en al ruim twintig jaar getrouwd. Zij hebben een zoon van 30 jaar, Jeroen.
Enkele jaren geleden heeft Theo een overlijdensrisicoverzekering afgesloten op zijn leven. Volgens de polisvoorwaarden zal er een overlijdenskapitaal van 25.000 euro worden uitgekeerd als Theo komt te overlijden.

Theo en Maria besluiten te gaan scheiden. Zij zouden kunnen besluiten om de levensverzekering te beëindigen. De verzekeringsmaatschappij zal de polis dan laten vervallen zonder dat er nog recht is op een uitkering. Theo kan ook besluiten om de polis in stand te laten en bijvoorbeeld de begunstiging te wijzigen. Door niet langer Maria, maar Jeroen als begunstigde aan te wijzen, zal de verzekeringsmaatschappij de overlijdensuitkering te zijner tijd aan Jeroen uitkeren.

Advies of hulp

Wilt u advies of hulp? Neem dan telefonisch contact op met de Scheidingslijn op 0900 - 0307 (5 cpm).    

« Terug naar overzicht artikelen