print

Verdeling van schulden

Als u getrouwd bent in gemeenschap van goederen, geldt de hoofdregel dat bij een echtscheiding niet alleen alle bezittingen, maar ook alle schulden op basis van 50/50 verdeeld moeten worden. Het maakt daarbij in principe niet uit om wat voor schulden het gaat. In vakjargon spreekt men ook wel van het toedelen van schulden aan de ene of de andere partij.

Zo kan er sprake zijn van een belastingschuld, een schuld bij een bank of een schuld bij een kredietmaatschappij. Het is daarbij niet (altijd) noodzakelijk dat beide ex-partners voor deze schuld getekend hebben.

Een voorbeeld.

Hans en Annemiek zijn getrouwd in gemeenschap van goederen. Op een dag besluit Hans een nieuw televisietoestel te kopen. Hij gaat naar de winkel en de verkoper legt hem uit dat hij het toestel niet direct contant hoeft af te rekenen, maar dat hiervoor een krediet kan worden afgesloten. Hans ondertekent hiervoor een overeenkomst.

Als Hans met het toestel thuis komt is Annemiek blij verrast.

Na enkele maanden besluiten Hans en Annemiek te gaan scheiden. Het krediet is nog lang niet afbetaald. Ondanks het feit dat het krediet op naam van Hans is afgesloten, zullen Hans en Annemiek de openstaande restschuld op basis van 50/50 moeten verdelen.

Zo kan bijvoorbeeld afgesproken worden dat Hans de volledige schuld zal blijven afbetalen, maar dat hij in ruil hiervoor een van de gezamenlijke bezittingen krijgt (bijvoorbeeld het televisietoestel) met een waarde die gelijk is aan de helft van de restschuld.

Gemeenschapsschuld of privé-schuld?

In het bovenstaande voorbeeld was sprake van een gemeenschapsschuld. Het gaat dan om een schuld die door een van beide partners (of beide partners) is aangegaan, maar waarbij de schuldeiser uiteindelijk het totale huwelijkse vermogen kan aanspreken als de schuld niet betaald wordt.
Er kan ook sprake zijn van een privé-schuld. Dit is een schuld die uiteindelijk gedragen moet worden door een van beide partners.

Een voorbeeld.

Tijdens de echtscheidingsprocedure betaalt Frederik 500 euro per maand als voorlopige partneralimentatie voor zijn (ex-)partner Monique. Monique moet over deze alimentatie eigenlijk belasting betalen, maar dat doet zij niet.

Er ontstaat een belastingschuld en Monique stelt zich op het standpunt dat deze schuld een gemeenschapsschuld is. Met andere woorden: Frederik zou volgens haar de helft van deze schuld voor zijn rekening moeten nemen.

De rechter wijst de vordering van Monique af. Het is volgens de rechter duidelijk dat het hier om een schuld gaat die alleen door Monique betaald zal moeten worden.

Schulden tijdens echtscheidingsprocedure

Meestal zit er een aantal maanden tussen het moment dat beide partners besluiten te gaan scheiden en het moment waarop de echtscheiding definitief een feit is. Vóór 1 januari 2012 gold de datum waarop de echtscheidingsbeschikking werd ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand als peildatum waarop de gemeenschap werd ontbonden (lees: het tijdstip dat bepalend is voor de vraag of een aangegane schuld nog deel uitmaakt van het gezamenlijke huwelijkse vermogen). Sinds 1 januari 2012 is het moment waarop het echtscheidingsverzoek bij de rechtbank wordt ingediend bepalend. Dit betekent dat schulden of vermogen dat na het moment van indiening van het echtscheidingsverzoek is verkregen, niet meer in de huwelijkse gemeenschap valt en dus niet bij de verdeling betrokken hoeft te worden.

Een voorbeeld.

Het gaat al jaren niet goed in het huwelijk van Martijn en Linda. Zij besluiten te gaan scheiden, maar al tijdens de scheidingsprocedure gaat Martijn een nieuwe relatie aan met Maaike. Martijn wil als snel met Maaike een woning kopen en een hypotheek aangaan.

Als Martijn deze hypotheekschuld aangaat voordat het echtscheidingsverzoekschrift bij de rechtbank is ingediend, kan de hypotheekbank ook Linda nog aanspreken op deze schuld als Martijn (en Maaike) de rente en aflossing niet op tijd betalen. Om dit te voorkomen zal Martijn met de hypotheekbank de afspraak moeten maken dat de bank Linda niet zal aanspreken voor het geval Martijn zijn betalingsverplichtingen niet nakomt.

Afstand van de gemeenschap

Als tijdens de echtscheidingsprocedure bekend wordt dat een van de partners tijdens het huwelijk veel schulden heeft gemaakt zonder dat de andere partner hiervan op de hoogte was, dan kan de onwetende partner ervoor kiezen om 'afstand van de gemeenschap te doen'. Hierdoor wordt deze partner niet langer aansprakelijk voor deze schulden. 

Een voorwaarde voor het doen van afstand van de gemeenschap is wel dat het gaat om schulden van de ander waarvoor de onwetende partner tijdens het huwelijk ook niet aansprakelijk was. Let op! De partner die afstand doet mag alleen zijn of haar bed, beddegoed en de eigen kleding terugvorderen.

Schulden en huwelijkse voorwaarden

In huwelijkse voorwaarden kan geregeld zijn dat beide partners een strikt eigen vermogen hebben en dat alleen de echtelijke woning als gemeenschappelijk vermogen geldt. In het algemeen mag een derde (schuldeiser) er echter van uitgaan dat echtgenoten getrouwd zijn in gemeenschap van goederen.

Alleen als de huwelijkse voorwaarden zijn ingeschreven in het huwelijksgoederenregister (hier zal de notaris waar de voorwaarden zijn opgemaakt in principe voor zorgen), geldt de regel dat alleen het vermogen van de echtgenoot die de schuld is aangegaan kan worden aangesproken.

Een voorbeeld.

Marieke en John zijn getrouwd op basis van huwelijkse voorwaarden. Deze voorwaarden zijn ingeschreven in het huwelijksregister. Volgens de huwelijkse voorwaarden is er sprake van strikt gescheiden privé-vermogens.

John besluit op een dag om een auto te kopen. Hij betaalt een groot deel aan, de rest belooft hij de verkoper, zal hij binnen een maand voldoen. John laat de restschuld echter onbetaald. De verkoper zal nu alleen het privé-vermogen van John kunnen aanspreken en niet het privé-vermogen van Marieke.

Advies of hulp

Wilt u advies of hulp? Neem dan telefonisch contact op met de Scheidingslijn op 0900 - 0307 (5 cpm).    

« Terug naar overzicht artikelen