print

Hoe moet pensioen bij een echtscheiding verdeeld worden?

Bij een echtscheiding hebben beide partners recht op de helft van het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd. U krijgt allebei uw deel van het ouderdomspensioen op de pensioendatum rechtstreeks uitbetaald door het pensioenfonds.

Wet verevening pensioenrechten bij scheiding

Er is een speciale wet die regelt op welke wijze het tijdens het huwelijk opgebouwde ouderdomspensioen verdeeld moet worden: de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding. Het gaat in deze wet puur om ouderdomspensioen dat door u of uw partner is opgebouwd via een pensioenregeling bij de werkgever. Deze regeling heeft alleen betrekking op echtscheidingen die hebben plaatsgevonden op of na 1 mei 1995.

Particulier afgesloten lijfrenten, levensverzekeringen, VUT-regelingen of AOW-pensioen vallen niet onder deze speciale wet. AOW wordt in Nederland sowieso al individueel uitbetaald op het moment dat u 65 jaar wordt.

Hoofdregel: opgebouwd ouderdomspensioen moet 50/50 verdeeld worden

De hoofdregel is dat al het ouderdomspensioen dat tijdens het huwelijk is opgebouwd op basis van 50/50 verdeeld moet worden. Dit wordt ook wel de standaardverdeling genoemd.

Als beide ex-partners ouderdomspensioen hebben opgebouwd, moeten beide pensioenen ook verdeeld worden, heeft alleen één partner ouderdomspensioen opgebouwd, dan zal deze partner zijn of haar ouderdomspensioen moeten delen met de andere partner.

Deze verdeling zal niet direct plaatsvinden op het moment van de echtscheiding zelf, maar op het moment dat de partner die het pensioen heeft opgebouwd met pensioen gaat. De andere partner krijgt dan rechtstreeks haar of zijn deel door het pensioenfonds uitbetaald.

Een voorbeeld.

Jan en Dorien zijn 20 jaar gehuwd als zij besluiten om te gaan scheiden. Voordat zij trouwden had Jan al gedurende 5 jaar ouderdomspensioen opgebouwd. Dorien heeft zelf nooit aan een pensioenregeling deelgenomen.

Op grond van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding heeft Dorien recht op de helft van het door Jan gedurende 20 jaar opgebouwde ouderdomspensioen. Op het moment dat Jan met pensioen gaat krijgt zij haar deel rechtstreeks door het pensioenfonds uitbetaald (mits de pensioenuitvoerder binnen twee jaar na de echtscheiding is geïnformeerd). Jan krijgt hetzelfde bedrag plus het pensioen dat hij voorafgaand aan het huwelijk heeft opgebouwd (5 jaar) plus het pensioen dat hij na de echtscheiding nog opbouwt. Daar heeft Dorien geen recht op.

Pensioenfonds moet worden geïnformeerd door speciaal formulier

Het pensioenfonds waar het ouderdomspensioen wordt opgebouwd kan natuurlijk niet weten dat u beiden gescheiden bent. Daarom moet u het pensioenfonds (of fondsen als er bij meerdere pensioenfondsen ouderdomspensioen is opgebouwd) binnen twee jaar na de echtscheiding laten weten dat u gescheiden bent en dat het opgebouwde ouderdomspensioen te zijner tijd gesplitst moet worden. U kunt dit formulier alleen of samen met uw ex-partner insturen. Als de melding te laat (dus niet binnen twee jaar) plaatsvindt, dan zal het pensioenfonds het ouderdomspensioen alleen uitkeren aan degene die het heeft opgebouwd. De andere partner heeft dan vervolgens een vordering op degene die het pensioen krijgt uitgekeerd.

Huwelijkse voorwaarden en verdeling van pensioen

Als u getrouwd bent op basis van huwelijkse voorwaarden, dan kan in deze voorwaarden een afwijkende regeling staan. Er kan in deze voorwaarden staan dat er helemaal geen verdeling van opgebouwd ouderdomspensioen zal plaatsvinden.

Ook is het mogelijk om tijdens de echtscheidingsprocedure af te spreken dat de standaardverdeling niet van toepassing is omdat u wegens persoonlijke redenen een andere verdeling wilt afspreken.

Een voorbeeld.

Ton en Monique gaan na 3 jaar huwelijk scheiden. Zij hebben geen kinderen, hebben allebei fulltime gewerkt en deelgenomen aan een pensioenregeling. Omdat Ton en Monique ongeveer evenveel pensioen hebben opgebouwd besluiten zij om in het echtscheidingconvenant af te spreken dat er geen verdeling van de pensioenen zal plaatsvinden. Ieder houdt dus recht op zijn eigen opgebouwde pensioen.

Wat gebeurt er als een van u beiden komt te overlijden?

Als een van u beiden komt te overlijden, dan zal dit gevolgen hebben voor de uitbetaling van het ouderdomspensioen.

  1. Bij overlijden voorafgaand aan de pensioendatum zal er door het pensioenfonds geen ouderdomspensioen meer worden uitgekeerd. Als degene die het pensioen heeft opgebouwd overlijdt, dan heeft de andere partner geen recht meer op haar of zijn deel van het ouderdomspensioen.
  2. Bij overlijden na de pensioendatum stoppen de pensioenuitkeringen. Ook de partner die het pensioen niet had opgebouwd, krijgt vanaf dat moment geen ouderdomspensioen meer.

Een voorbeeld.

Marjolein en Bart gaan scheiden. Bart heeft flink wat ouderdomspensioen opgebouwd, Marjolein niets. Tijdens de echtscheiding wordt afgesproken dat het ouderdomspensioen dat Bart tijdens het huwelijk heeft opgebouwd wordt verdeeld op basis van de standaardregeling. Dit betekent dat als Bart 65 jaar wordt, Marjolein recht heeft op de helft van het ouderdomspensioen.

Als Bart komt te overlijden voordat hij 65 is, heeft ook Marjolein geen recht meer op ouderdomspensioen. Als Bart komt te overlijden als hij 66 jaar oud is, hebben Bart en Marjolein allebei gedurende één jaar ouderdomspensioen ontvangen. Deze uitbetalingen stoppen op het moment dat Bart overlijdt.

Zou Marjolein overlijden, dan heeft Bart weer recht op 100% van zijn opgebouwde ouderdomspensioen.

Conversie

U kunt samen met uw ex-partner ook kiezen voor een bijzondere manier van het verdelen van het ouderdomspensioen, de zogenaamde conversie. Als u gekozen heeft voor conversie worden de uitkeringen van het pensioen niet meer beïnvloed door het overlijden van de partner die het pensioen heeft opgebouwd.

Advies of hulp

Wilt u advies of hulp? Bel de Scheidingslijn op 0900 - 0307 (5 cpm). Wij helpen u dezelfde dag. 

« Terug naar overzicht artikelen