print

Letselschadevergoeding valt niet in huwelijkse gemeenschap?

news visual

27-05-2013

Tijdens een in gemeenschap van goederen gesloten huwelijk loopt de man ten gevolge van een auto-ongeluk een dwarslaesie op. Als de man en de vrouw een paar jaar later gaan scheiden ontstaat een felle discussie over de vraag of de destijds aan de man uitgekeerde schadevergoeding verdeeld moet worden.

Uitgangspunt bij een huwelijk dat in gemeenschap van goederen gesloten is, is de gelijke verdeling van alle bezittingen en schulden. In feite is er sprake van een situatie waarbij het vermogen van beide echtelieden samenvloeit tot één gezamenlijk vermogen.

Verknochte goederen vallen buiten gemeenschap
Op deze belangrijke hoofdregel bestaat een belangrijke uitzondering: de zogenaamde verknochte goederen. Volgens artikel 1:94 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek vallen goederen en schulden die op enigerlei bijzondere wijze aan van de echtgenoten verknocht zijn slechts in de gemeenschap voor zover die verknochtheid zich hiertegen niet verzet. In normaal Nederlands staat hier dat als het gaat om zaken die op een zeer persoonlijke wijze aan een van beide echtgenoten verbonden zijn, deze zaken mogelijk niet verdeeld hoeven worden in het geval van een echtscheiding. Of deze situatie zich voordoet zal een rechter van geval tot geval bekijken.

In het geval van de man met de dwarslaesie oordeelde de rechtbank in Rotterdam dat de schadevergoeding ter grootte van € 156.000,- inderdaad zodanig verknocht is aan de man dat deze vergoeding geheel buiten de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap valt. De vrouw viste hier dus achter het net, maar zij liet het er niet bij zitten en stelde hoger beroep in.

Het gerechtshof stelde de vrouw in het gelijk. Volgens het hof viel de schadevergoeding wel degelijk in de huwelijksgoederengemeenschap. Een schadevergoeding, materieel of immaterieel, zou volgens het hof niet voldoen aan het criterium van artikel 1:94 lid 3 van het Burgerlijk Wetboek en daarom in feite altijd verdeeld moeten worden. Deze uitspraak was voor de man weer aanleiding om cassatie in te stellen bij de Hoge Raad.

Verknochtheid hangt af van alle omstandigheden van het geval
Daar waar de man de procedure bij het gerechtshof verloren leek te hebben, komt de Hoge Raad de man weer enigszins tegemoet zonder de zaak overigens definitief te beslissen. De Hoge Raad vernietigt wel de uitspraak van het gerechtshof omdat het hof volgens de Hoge Raad ten onrechte geconcludeerd heeft dat een schadevergoeding per definitie niet verknocht kan zijn aan een van beide echtelieden. Volgens de Hoge Raad moet steeds op basis van alle specifieke omstandigheden van het geval beoordeeld worden of er sprake is van verknochtheid of niet. De Hoge Raad verwijst de zaak door naar een ander gerechtshof om dit verder te onderzoeken.

Verknochtheid eerder aangenomen bij vergoeding die ziet op toekomstige schade
Wel geeft de Hoge Raad nog een belangrijke aanwijzing. Van belang is bijvoorbeeld de vraag of de schadevergoeding (voor een deel) betrekking heeft op schade die de echtgenoot die zich op de verknochtheid beroept zal lijden na de scheiding. Als de schadevergoeding voor een belangrijk deel ziet op het verlies van de mogelijkheid van de man om in de toekomst nog inkomen te vergaren, zal eerder geconcludeerd kunnen worden dat er sprake is van verknochtheid.

Deze uitspraak laat zien hoe lastig het is om te bepalen of een bijzondere zaak of geldbedrag buiten de huwelijksgemeenschap valt vanwege een bijzondere verknochtheid. In deze zaak kwamen verschillende rechters tot verschillende oordelen. Neem contact op met een familierechtadvocaat als u zelf twijfelt of een bepaalde zaak of geldbedrag bij uw echtscheiding in de verdeling betrokken moet worden.

« Terug naar overzicht artikelen

Auteur:

redactie Scheidingsinformatie.nl